Mariah Carey praat openhartig over haar frustraties

“Ik Heb Nog Weinig Plezier Aan Mijn Succes Beleefd!”

Weinig mensen zullen kunnen zeggen dat zij binnen 3 jaar bijna 30 miljoen CD's verkochten en tussen neus en lippen ook nog eens trouwden met misschien wel de machtigste man van de hele muziekindustrie, Tommy Mottola. 25-jarige Mariah Carey kan dat wél zeggen. Toch schrok zij zich een versuffing van al die plotselinge aandacht en populariteit, want zo bekent zij: “Ik ga als een bulldozer door het leven en kan het nog steeds niet bevatten allemaal. Ik heb tot nu toe nog maar weinig plezier aan mijn succes beleefd.” Kortom, Mariah op haar openhartigst…

Hitkrant (NL) June 11, 1994. Text by Marcel Lee.

Zij had van haar leven nog nooit een podium van dichtbij gezien, maar daar stond zij dan, Mariah Carey, vlak voor haar eerste optreden in de Miami Arena voor een 15.000 koppig publiek. De zenuwen gierden met volle snelheid door haar geoliede keeltje. Mariah: “Het ging allemaal nog goed, totdat ik via dat trapje het podium opstapte en er vanuit het publiek een oorverdovend geschreeuw op me af kwam. Eigenlijk wilde ik me op dat moment omdraaien en hard weglopen, maar ik zette door en begon te zingen, met m'n verstand op nul. Dat was een heel intens moment. En toen werd ik dus neergesabeld. Niet door het publiek, hoor. Die mensen wisten dat het mijn eerste optreden was, dus waren ze heel ondersteunend, maar ik kreeg vernietigende kritieken in de pers. Er waren een heleboel critici die de pik op me hadden. Zij dachten: ‘Zo'n meisje, die helemaal uit het niets opduikt, miljoenen platen verkoopt zonder ook maar één keer te hebben opgetreden, laten we die eens flink gaan aanpakken.’ Nou, en dat hebben ze gedaan. Diezelfde avond zette ik de tv aan en hoorde die vent van CNN zeg gen: ‘De concertbesprekingen zijn binnengekomen en het is een zwarte dag geworden voor Mariah Carey.’ Dat deed vreselijke pijn! Maar goed, ik heb er wel van geleerd. De volgende show die ik deed, in Worcester, Massachusetts, gooide ik al mijn woede en frustraties eruit. Ik liet al mijn remmingen varen en verloor mezelf volledig in mijn optreden. Niet dat ik me er iets van heb aangetrokken hoor, maar de recensies van dat concert waren in één woord geweldig!”

Het stond voor Mariah al heel vroeg vast wat zij wilde in haar leven: zingen, zingen en nog eens zingen. Mariah: “Tijdens mijn jeugd was het voor mij onmogelijk om te ontsnappen aan de mu-ziek. Mijn moeder, een operazangeres, heeft me altijd voorgehouden: ‘Jij bent heel speciaal. Je hebt talent en zolang je er zelf maar in gelooft, zal je het ver schoppen.’ Ik heb altijd gebeden dat dit met mij zou gebeuren en het gebeurde ook. Aan de andere kant denk ik helemaal niet na over wat ik bereikt heb. Ik kan het nog steeds niet bevatten allemaal, ondanks dat ik het dolgraag zou willen, want eigenlijk weet ik niet of ik er eigenlijk wel plezier aan beleef. Ik ga door mijn leven als een bulldozer. Alle obstakels die ik voor mijn voeten krijg, veeg ik uit de weg en achterom kijken doe ik nooit. Misschien zal ik ooit nog eens kunnen terugkijken en genieten van alles wat ik allemaal heb meegemaakt, maar momenteel kan ik dat niet. Daar is gewoon geen tijd voor.” Jaren voor haar geboorte was Mariah's lot al bezegeld. Zij zou namelijk het derde kind worden van Patricia, eenblanke Ierse, en Alfred, een donkere luchtvaart-ingenieur uit Venezuela. In de roerige jaren 60 moesten Mariah's ouders door een hel heen van discriminatie en vooroordelen. Mariah: “Het was verschrikkelijk. Hun auto's werden opgeblazen, hun honden vergiftigd. Mijn 10 jaar oudere zus Alison had de donkerste huidskleur van ons allen. Zij werd altijd uitgescholden en in elkaar geslagen. Mijn broer Morgan moest dan voor haar in de bres springen, ondanks dat hij motorisch gehandicapt en epileptisch is. Het was heel moeilijk. Toen ik drie was gingen mijn ouders scheiden. Mijn moeder verhuisde samen met Morgan en mij naar Long Island, maar ook daar werden we buitengesloten. Ik denk dat als je gedeeltelijk lers en gedeeltelijk Venezuelaans bent, je nooit ergens bij zult horen. Ik groeide op in een buitenwijk van Long Island vol rijkeluiskinderen, die niets met mij te maken wilde hebben, omdat ik anders was. Ik heb ook nooit financiële zekerheid gehad. Ik heb er altijd van gedroomd bezittingen te hebben. Gelukkig had ik mijn muziek. Ik hield mij voortdurend voor: ‘Die mensen kunnen dan wel denken dat zij beter zijn dan ik, maar ik kan ZINGEN!’”

Ondanks haar onteugelbare muzikale ambities, weigerde Mariah haar hele jeugd lang “iets nuttigs” te leren. Mariah: “Als ik ergens goed in ben, geef ik mij ook voor de volle 100 procent. Als ik ergens NIET goed in ben, zal het me allemaal een rotzorg zijn. Mijn wiskundeleraar heeft me meerdere malen wanhopig de les proberen te leren, zo van: ‘Mariah, wat moet het later toch van je worden? Je hebt deze kennis nodig als je later wilt studeren!’ ‘Maar ik wil helemaal niet studeren,’ antwoordde ik dan. ‘Ik word later zangeres!’ Maar dat ging er bij die pennelikkers dus nooit in.”

Toch had Mariah nog heel wat jaren oefening nodig voordat zij vocaal tot ontplooiing kwam. Mariah: “Mijn probleem was dat ik mezelf nooit rust gunde. Op een gegeven moment zat ik hele middagen en avonden in de opnamestudio om demo's en achtergrondkoortjes op te nemen, draaide daarna nachtdiensten als serveerster, kwam pas om 6 uur's ochtends thuis en moest dan om 9 uur alweer aanwezig zijnop school. Na een Daar van zulke heftige nachten had ik de dagen daarna totaal geen stem meer over. Ik kon alleen nog maar een beetje piepen en klonk precies als Minnie Mouse, hihi.”

Na haar schooltijd nam Mariah allerlei baantjes aan om de kost te verdienen. Mariah: “Ik was serveerster in restaurants, snackbars en nachtclubs; ik was hostess, garderobe-juffrouw en heb zelfs toiletten schoongemaakt. Maar ik heb altijd mijn mond gehouden over wat ik later wilde gaan doen. In Manhattan barst het van de serveersters die hun mond vol hebben over het feit dat ze eigenlijk aktrices of zangeressen zijn. Zo wilde ik niet zijn. Ik waste onzeker. Dat ik het later misschien niet zou kunnen waarmaken of zo. Toch kon ik ook heel rechtlijnig en koppig zijn. In die tijd maakte ik veel songs en demo's met mijn muzikale partner, Ben Margulies. Op een dag kwam Ben bij me met het verzoek om via onze uitgever één van onze nummers weg te geven aan Whitney Houston. Daar was ik pertinent op tegen. ‘Geen mens komt aan de songs die ik geschreven heb!,’ zei ik. ‘Zélfs Whitney niet!’”

Het moderne Assepoester-sprookje van Mariah is inmiddels een klassiek verhaal: Tijdens een party in '88 gaf zij één van haar demo's aan een medewerker van Sony Music; die demo kwam via via bij grote Sony-baas Tommy Mottola terecht. Tommy draaide de cassette in zijn auto op de weg naar huis en BINGO! Drie maanden later vloog de eerste Mariah Carey-CD van de persen met alle bekende gevolgen van dien. En om het sprookje compleet te ma ken, trad Mariah vorig jaar juni zelfs in het huwelijk met Tommy. Mariah werd dan weliswaar een megaster, maar met het grote succes verdwenen ook haar oudste vrienden. Mariah: “Ik ben vaak teleurgesteld in mijn leven, vooral de laatste twee jaar. De mensen laten mij nu eenmaal graag vallen. Dat is mijn lot. Ik heb geprobeerd mijn schoolvrienden vast te houden, maar toen ik succes kreeg was het plotseling van: ‘Oh Mariah, ja die ken ik nog wel. Dat was dat verschrikkelijke kreng van school!’ Ik dacht vroeger altijd dat ik een keiharde was, dat niemand mij kon raken. Maar nu ben ik er pas achter dat ik wel degelijk heel kwetsbaar ben.”

Mariah heeft de laatste drie jaar veel geleerd. Mariah: “Ik kan nu dingen toegeven die ik vroeger niet kon. Er zijn mensen die mijn ballads suikerzoet en weeïg vinden. Nou, die mensen geef ik groot gelijk. Maar zolang er ook nog mensen zijn die er emotioneel door geraakt worden, ben ik tevreden. Eén bepaald persoon kan zeggen dat mijn nummer Hero een zeikerig stuk vullis is, maar als er dan weer een ander persoon mij een brief schrijft waarin staat dat er de laatste 10 jaar geen dag voorbij ging waarop hij geen zelfmoord wilde plegen, totdat hij ‘Hero’ hoorde en hij zich realiseerde dat iedereen zijn eigen held kan zijn, dan denk ik op mijn beurt: ‘Ja, ik heb iets goeds gedaan met mijn leven!’ Begrijp je? Ik kom op de proppen met een lullig lalala-liedje en opeens blijk ik er iemand mee te hebben gehol-pen! Iedereen kan kritiek op zo'n liedje hebben, maar ik weet dan van mezelf dat ik mijn werk goed heb gedaan.”