Het sprookje van het arme zangeresje en de rijke droomprins.

“Er Was Een Tijd Dat Ik Me Iedere Nacht In Slaap Huilde, Omdat Ik Zo Graag Succes Wilde Hebben, En Het Lukte Maar Niet.”

Ze zingt als een nachtegaal, is getrouwd met de machtigste man in de showbusiness en heeft al meer dan 20 miljoen platen verkocht. Ondanks alle kritiek die ze vanaf het begin van haar carrière kreeg, heeft Mariah Carey het op 24-jarige leeftijd geschopt tot's werelds populairste zangeres.

Panorama De Post (NL) December 29, 1993. Text by Wim Swinnen.

Als je op je 24ste niet alleen de meest getalenteerde, maar ook de succesvolste én rijkste popzangeres ter wereld bent, zou je met je geluk geen blijf mogen weten. Toch lijkt het geen onverdeeld aantrekkelijke gedachte om zich in de schoenen van Mariah Carey te bevinden. De vocale virtuoze, die volgens haar moeder (zelf een operazangeres) toonladders haalt die niet eens op het toetsenbord van de piano te vinden zijn én die in vier jaar tijd ruim 55 miljoen platen verkocht, is het favoriete mikpunt van menig criticus. De hoogste bomen vangen de meeste wind, zegt u, de aloude volkswijsheid indachtig. En inderdaad, na haar eerste live-optreden op 3 november 1993 in een met 15.000 fans gevuld stadion in Miami, werd Carey in alle recensies meedogenloos de grond in geboord. Het leek wel een afrekening.

“Dat concert was zo intens,” herinnert ze zich. “En toen maakten ze me af. Niet het publiek, dat wist dat het mijn eerste show was. Die steunden me fantastisch. Nee, ik kreeg vreselijk slechte kritieken. Er waren zo veel recensenten die me te grazen wilden nemen: dat meisje dat zo veel albums verkocht en nog nooit een optreden had gedaan, dat moest maar eens flink worden aangepakt. Ik was er echt kapot van. Maar ik heb er ook van geleerd. Al mijn boosheid en ergernis legde ik in het eerstvolgende concert. Ik liet alle innerlijke remmen los, ging volledig op in het vertolken van mijn songs. En niet dat het mij echt interesseert, maar de kritieken waren ditmaal laaiend enthousiast.”

Vanaf het begin van haar blitzcarrière (haar vooralsnog onovertroffen debuutsingle “Vision Of Love” voerde vier weken lang de Amerikaanse hitparade aan; haar eerste album Mariah Carey vond 12 miljoen kopers, baarde nog drie andere nummer-1-hits en werd met twee Grammy's bekroond) had de nieuwbakken superster het verkorven in de ogen van de vakpers. Ze werd smalend afgedaan als een blank afkooksel van Whitney Houston, en als het zoveelste zangeresje dat zo nodig zwart wilde klinken.

“Als mensen naar me kijken, zien ze alleen mijn blanke huid en mijn lichte haar,” meent ze. “Maar ik kan het toch ook niet helpen dat ik er zo uitzie. Ik probeer ook niet op een bepaalde manier te zingen. Het enige wat ik probeer, is mezelf te zijn. En als de mensen mijn muziek waarderen, zou het niet mogen uitmaken wie of wat ik ben. Ik begrijp het hele probleem niet. Maar ik ben zéker geen blank meisje dat haar best doet om zwart te klinken. Mijn vader is zwart en komt uit Venezuela. Mijn moeder is van Ierse afkomst. Ik heb het dus allemaal in mijn bloed.”

Stoelt de veelvuldig gemaakte vergelijking met Whitney Houston dan helemaal nergens op? Carey: “Tja, toen ik naar buiten kwam als jonge zangeres, was ik ook een buitenbeentje. De toenmalige trend was eerder ‘danseres-streep-zangeres.’ Kunnen zingen was niet het belangrijkste. Bovendien zong ik eveneens ballads, en werkte ik met een paar van dezelfde producers als Whitney Houston. Maar het wezenlijke verschil is dat ik mijn songs zelf schrijf en dat ik mijn eigen platen produceer. Ik zou niet zomaar mijn werk kunnen laten liggen en een film maken waarbij de songs door anderen worden geleverd. Ik wil het allemaal zelf doen. Dat is míjn keuze. Zo'n type van artiest ben ik nu eenmaal.”

Het meest onzinnige verwijt dat Mariah Carey steevast te verduren krijgt, is dat ze haar sporen niet heeft verdiend in de showbusiness, dat ze het succes op een zilveren schoteltje kreeg aangeboden. “Er wordt gezegd dat ik mijn leergeld niet heb betaald, maar ik heb het gevoel dat ik mijn hele léven leergeld heb betaald, dat ik van kindsbeen af heb moeten vechten. Dat kwam omdat wij zo arm waren: we waren alleen, we hadden niets, geen enkele zekerheid. De meeste mensen kennen me nog maar drie, vier jaar. Het feit dat ik jong ben, betekent niet dat ik niets heb door-gemaakt. Dat soort van kritiek kan me allemaal niet veel schelen, want die mensen waren er niet bij toen ik maar één paar versleten schoenen had, en 1 dollar op zak om de week rond te komen. Mij hoor daar je niet over klagen, want al die miserie heeft me gemotiveerd om op jonge leeftijd de top te bereiken. Ik verlangde daar zo sterk naar, dat het naar mijn gevoel een eeuwigheid heeft geduurd. Ik verkeerde destijds in de waan dat ik het al op mijn twaalfde zou maken.”

Reeds vóór haar geboorte (22 maart 1970, derde kind van zanglerares/sopraan Patricia en luchtvaartingenieur Alfred Carey) werden de kiemen van Mariah's moeilijke jeugd gezaaid. In de jaren zestig kregen haar ouders, die in een blanke wijk op Long Island, New York woonden, wegens hun gemengde huwelijk met allerlei vijandige reacties af te rekenen. “Het was echt belachelijk,” aldus Mariah. “Hun honden werden vergiftigd, hun auto's werden in brand gestoken of opgeblazen. Hun relatie heeft altijd onder die spanningen geleden. Mijn pa en ma maakten onophoudelijk ruzie.”

Toen ze drie jaar was, scheidden haar ouders. Zij bleef bij haar moeder wonen op Long Island. Op haar vierde raakte ze via de radio verslingerd aan soul-grootheden als Chaka Khan, Aretha Franklin en Gladys Knight. Maar ze deed niets liever dan zelf tijdens feestjes zingen voor de vrienden van haar moeder uit de Newyorkse opera- en jazzwereld. Op school weigerde ze ook maar íets te leren. “De lerares vroeg me: ‘Wat ga je doen met je leven? Je hebt je lessen hard nodig.’ Maar ik zei dat ik helemaal niet naar school hoefde, omdat ik toch zangeres zou worden.”

Op dertienjarige leeftijd kwam ze in contact met een groep enthousiaste muzikanten uit Manhattan die op zoek waren naar een koorzangeres. Elke nacht ging ze erheen om muziek op te nemen; om vijf uur's ochtends ging ze naar bed, drie uur later stond ze op om naar school te gaan. Ze was zestien toen ze definitief kapte met school en naar Manhattan verhuisde. “In die tijd waren er dagen dat ik niet meer at dan een plakje kaas, soms met een broodje of wat pasta. Iets anders kon ik me niet veroorloven. Toch had ik er lol in, ik leerde ervan. Maar er was ook een jaar dat ik me bijna iedere nacht in slaap huilde, omdat ik zo graag succes wilde hebben, en het lukte maar niet.”

Terwijl ze moeizaam de eindjes aan elkaar trachtte te knopen als serveerster, kappers-hulpje en achtergrondzangeres in de illustere zangen dansgroep van rhythm & blues-artieste Brenda K. Starr, lachte het geluk Mariah Carey plots toe: in wat een hedendaagse kopie van het Assepoester-sprookje lijkt, liet “droomprins” Tommy Mottola, de baas van het CBS-platenlabel Columbia, zijn oog op haar vallen. “Brenda nam me mee naar een feestje om kennis te maken met Jerry Greenberg (label manager van CBS; red.), maar Tommy griste het bandje dat ik aan Greenberg had gegeven uit zijn handen. Het was de eerste keer dat ik op zo'n party kwam; ik besefte niet eens wat er gebeurde. Tommy reed even later weg in zijn limousine, luisterde naar het bandje en keerde onmiddellijk terug naar het feest om mij te zoeken. Maar ik was al weg. Enkele dagen later stond de volgende boodschap op mijn antwoordapparaat: ‘Dit is Tommy Mottola van CBS Records. Bel me terug.’ Na al die harde tijden en vruchteloze pogingen kon ik het niet geloven dat dít mij overkwam.”

Twee dagen later zat de 18-jarige Mariah met haar moeder in het kantoor van Mottola. Het platencontract werd binnen de maand ondertekend.

Wat daarna volgde, was volgens insiders een van de meest intensieve pogingen ooit door een platenfirma ondernomen om een onbekende artiest te lanceren. Carey's ontdekker, mentor en latere echtgenoot Tommy Mottola (ze traden in juni 1993 in het huwelijk, nadat Carey haar verhouding met hem drie jaar lang publiekelijk had ontkend) werd er meermaals van beschuldigd dat hij zijn beschermelinge een flagrante voorkeursbehandeling had gegeven. Boze tongen beweerden dat Mottola haar als een kasplantje had gekoesterd, haar in opnamestudio's had afgezonderd en haar zo veel mogelijk aan de aandacht van de pers en het publiek had onttrokken. Om vervolgens een ongekende barnumcampagne op te zetten toen Carey's eerste plaat op de markt kwam.

“Die speciale behandeling vond ik bijzonder schokkend,” aldus een voormalige medewerker van Sony, de Japanse multinational die CBS Records opslokte en waarvan Mottola ruim een jaar geleden de grote baas werd. “Ze spenderen 6 miljoen frank aan een videoclip, maar Mariah houdt er niet van? Geen probleem, ze gooien de clip in de prullenmand en maken een nieuwe. Andere artiesten die evenveel talent hebben en net zo beloftevol zijn, krijgen niet eens een kans. Maar ja, zíj zijn niet met de platenbaas getrouwd.”

Het zal u ondertussen niet meer verbazen dat Mariah Carey ook dergelijke kritikasters van een klinkend antwoord pleegt te dienen: “De waarheid is dat je het publiek niet kunt dwingen om naar de platenwinkel te gaan en mijn plaat te kopen. De muziek brengt że daartoe. Mijn succes is alléén te danken aan het feit dat de mensen van mijn muziek houden.”